mijn verhaal

Er zijn heel veel verhalen over de Kindertransporten in de Hongerwinter, maar dit verhaal is niet zomaar een optekening van wat er is gebeurd maar een opsomming van heel veel leed.

Kindertransporten waren in de Hongerwinter 1944/1945 zeer noodzakelijk,er was geen eten meer in de Steden, zodoende vertrokken vanuit de grote Steden o.a. Utrecht, Rotterdam, Den Haag en Amsterdam ,Kindertransporten naar de Noordelijke Provincies.

Wij nemen u mee terug in de tijd, maart 1945 , uit Amsterdam vertrok een Kindertransport van een grote groep,( meer dan 100 )  Amsterdamse kinderen, o.a. afkomstig  uit de  Spaarndammerbuurt en andere buurten.

Dit verhaal gaat over Grietje, Bakker geboren 1935 in Amsterdam. Zij was in 1945 10 jaar en één van de kinderen. Ook haar twee zussen Martha en Rietje,12 en 8 jaar waren er bij.Ook twee nog jongere buurkinderen waren er bij ,Jannie en Theo Mulder. Zij woonden onder Grietje in het zelfde portiek op één hoog.

Griet weet niet zo veel meer over deze tijd , haar is maar weinig meer bekend van het gebeuren, maar  bepaalde zaken hebben een grote indruk  bij  haar achter gelaten. Zij zou heel graag te weten komen, wie organiseerde het transport, waar ze toen was geweest ,waar aan boord gegaan, naam van het schip, welke plaats of plaatsen onderweg aangemeerd, in welk gebouw onder gebracht, etc..

Hieronder een opsomming uit haar herinnering en beleving.

Kinderen tussen ongeveer 6 en 16 jaar, zijn in maart 1945 vanuit Amsterdam vertrokken  en werden vermoedelijk  ondergebracht in o.a. Meppel/ Emmen. Het waren meer dan 100  Amsterdamse kinderen, Zij zijn vervoerd in het ruim van een z.g. aardappelschuit (beurtvaartschip)vanaf Amsterdam naar Drenthe.

Grietje ( 10 jaar )  ontfermde zich over haar jongere zus Rietje en de twee nog jongere buur kinderen, Jannie en Theo Mulder

Grietje en alle kinderen die bij het transport  waren hebben in zeer barre en onmenselijke omstandigheden dagen aan boord van het beurtvaartschip of beurtvaartschepen gezeten, in de  kou en in hun eigen vuil, slapen op stro en behoefte doen in een emmer en deze emmer legen in een ton, de stank was ondragelijk, kregen weinig eten en drinken aan boord .

Onderweg is het schip nog aangevallen en beschoten door vliegtuigen. Er is toen een vlag op dek gelegd. Of dit een witte vlag of een Rode kruis vlag is geweest is niet bekend.

Zij zijn als groep ondergebracht, in welke plaats ? weet ze niet, volgens haar beleving, in wellicht een school of een ander groot gebouw, aan het water, met een vrij hoge stenen kade en vlakbij een z.g. klapbrug.

In het gebouw wederom als vuil behandeld en moesten zij  ook daar als varkens in het stro slapen. Ze werden geregeld kaal geschoren .Haar zus Rietje had veel puisten in haar gezicht.

De kinderen zijn daar weken aan hun lot overgelaten en zwierven dan op straat. Zie voor bevestiging aan hun lot overgelaten: aantekening gevonden  in document van;

Dat is in de herenering blijven hangen
Een soort gelijke brug is in haar herinnering blijven hangen

 

Deze brug is nog opgeblazen of gebombardeerd.

Deze brug lag, rechts, vanuit het gebouw gezien, met het gezicht naar het water.

Over de brug, meteen rechts af, waren links woningblokken, deze straten stonden haaks op het water.

Voor het gebouw of school een plantsoen met daarin in ieder geval een schommel en in haar beleving ook achter het gebouw een plantsoen.

Rechts in de straat naast het gebouw in het verlengde van de brug, was op ongeveer 50 meter, een kruideniers winkel.Daar ging Grietje geregeld met haar zus Rietje naar toe, daar stond namelijk een grote ton met jam in de etalage

Als je over de brug ging en dan meteen rechtsaf , waren daar iets verderop woningen met grote ramen en deze woningen stonden dwars op het water. Daar ging haar oudste zus en een vriendin van haar zus naar mensen toe die hun beide dan verzorgden, etc.

De moeder van mijn vrouw(Bakker) en een buurvrouw(Mulder) hebben hun kinderen vlak voor of net na de bevrijding van Nederland 5 mei 1945 ,daar persoonlijk opgehaald.(de naam van de plaats? )Het betrof , de zusjes, Martha, Grietje en Rietje Bakker en Jannie en Theo Mulder, van het Zaandammerplein te Amsterdam.

De moeders hebben daarvoor moeten tekenen, bij het Militairgezag. Moeder Bakker heeft wel aangegeven dat het een flink gebouw was waar de kinderen zijn opgehaald.  Verder waren daar in het gebouw o.a. ook T. Fleminks en haar jongere broertje, uit de Houtrijkstraat te Amsterdam.

Zij vroegen (T.FLEMINKS en haar broertje) aan moeder BAKKER en MULDER of zij ook mee mochten naar Amsterdam, maar kregen helaas van de instantie geen toestemming om hun mee te nemen.